Navigeer naar:
Huidige organisatie in de Benelux
De wortels van de huidige Benelux-organisatie liggen in Antwerpen en Rotterdam en in de Verenigde Staten, waar de beroemde tycoon John D. Rockefeller in 1882 de rechtsvoorganger van het huidige ExxonMobil, de Standard Oil Company, had opgericht. Drie handelsfirma's, Horstmann & Co. in Rotterdam en Fréderic Speth & Co. en Graf & Maquinay in Antwerpen importeerden in die tijd via een zakelijk tussenpersoon, de firma Stursberg, lampolie van Standard Oil. Op 11 maart 1891 richtten deze vijf ondernemingen een nieuwe vennootschap op, de American Petroleum Company (APC), die zowel in Antwerpen als Rotterdam kantoor hield. De drie importfirma's brachten gezamenlijk de tankschepen, opslaginstallaties en kantoren in. Het startkapitaal bedroeg vijf miljoen gulden. Er waren in totaal 100 aandelen, waarvan de Standard Oil Company overigens geen meerderheid in handen had. Er werkten 20 man personeel.
De oprichtingsdatum maakt ExxonMobil tot de oudste nu nog op de markt opererende oliemaatschappij in de Benelux.
In 1911 gebood het Amerikaanse Hooggerechtshof de opsplitsing van Rockefellers monopolie. Als gevolg hiervan ontstonden verschillende Standard Oils. Een daarvan, Standard Oil of New Jersey (of Jersey Standard), zette de APC-activiteiten in de Benelux voort. Drie decennia lang zou de APC een Benelux-firma blijven (vanaf 1902 werden ook olieproducten in Luxemburg verkocht). In 1920 gingen de Nederlandse en Belgisch-Luxemburgse dochterondernemingen van Jersey Standard hun eigen weg. Deze situatie duurde in feite voort tot halverwege de jaren tachtig van de twintigste eeuw, toen de organisaties van Esso Belgium, Esso Nederland en Esso Luxembourg werden samengevoegd.
Een van de andere opvolgers van de Standard Oil Company, Standard Oil of New York of SOCONY, zouden we decennia later ook weer in de Benelux-landen tegenkomen onder de naam Mobil Oil. De fusie tussen Esso (Exxon in de Verenigde Staten) en Mobil tot Exxon Mobil Corporation in december 1999 herenigde dus twee belangrijke erfgenamen van Rockfellers historische olie-imperium.
Ruim een eeuw Mobil
Tot het ontstaan van ExxonMobil in 1999 opereerde Mobil Oil als zelfstandige oliemaatschappij, ook in de Benelux.
De wortels van deze onderneming bevinden zich, net als die van Exxon (Esso), in de Standard Oil Trust van Rockefeller. Twee van de vele 'Baby Standard Oils' die door het anti-trust-vonnis van het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1911 ontstonden waren de Vacuum Oil Company en Standard Oil of New York (Socony). In 1931 fuseerden deze twee bedrijven tot Socony Vacuum. Vacuum Oil verkocht toen al benzine onder het Mobilgas-merk, terwijl Socony het mythische vliegende paard, Pegasus, als symbool van kracht en souplesse hanteerde.
Met de fusie vloeiden woord en symbool ineen tot het logo waarvan de vorm ondanks enkele aanpassingen tot op de dag vandaag is blijven bestaan. In 1955 veranderde de naam van het concern in Socony Mobil Oil; honderd jaar na de oprichting van de Vacuum Oil Company, in 1966, werd het simpelweg Mobil Oil.
In Europa
Mobil was al in de negentiende eeuw actief in Europa. Het begon met handelsactiviteiten, het importeren van olieproducten en het opzetten van verkoopnetwerken, maar in de loop der jaren ontstonden ook plaatselijke productiemiddelen zoals raffinaderijen, smeeroliefabrieken en vanaf de jaren zestig petrochemische installaties. Na de oliecrises van de jaren zeventig en tachtig besloot Mobil zijn activiteiten fors te herstructureren. Om de rentabiliteit te verbeteren sloot of verkocht het concern een aantal productiefaciliteiten zoals de raffinaderij in Amsterdam. Het Europese netwerk van Mobil-tankstations verdween, nadat een joint venture met BP was opgezet voor de verkoop van brandstoffen en smeermiddelen aan bedrijven, instellingen en consumenten.
Mobil was en bleef zelfstandig actief bij de winning van aardolie en aardgas, onder andere in Nederland. Ook investeerde de onderneming in de jaren vóór de fusie met Exxon in geavanceerde chemische productiefaciliteiten, zoals de polypropyleenfabrieken in Virton (België) en Kerkrade (Nederland) en de esterfabriek in Amsterdam.
Na de fusie
Een van de eisen die de mededingsautoriteiten stelden voordat ze akkoord wilden gaan met de fusie tussen Exxon en Mobil, was het ontvlechten van de joint venture tussen Mobil en BP. Mobil behield na de ontbinding de smeeroliebusiness, BP alle overige productie- en marketingactiviteiten die in de joint venture waren ingebracht. ExxonMobil verzorgt sindsdien in Europa de productie van Mobil-smeermiddelen en de verkoop aan de consument via onder andere het netwerk van Esso-stations.
Ontdek meer

Doorbraak in CO2-afvangtechnologie klaar voor praktijktest
3 min read

ExxonMobil gaat een proeffabriek bouwen met FuelCell Energy gebruikmakend van carbonaat-brandstofcel technologie
2 min read

Neptune Energy, ExxonMobil, Rosewood en EBN ondertekenen samenwerkingsovereenkomst voor grootschalige CO2-opslag in Noordzeebodem
2 min read

Max Verstappen verrast ExxonMobil-medewerkers in Rotterdam
2 min read

Contactgegevens per vestiging
2 min read

Maatschappelijke impact
8 min read
